Exploring @ Doel

Besluiteloos als ons landje soms kan zijn, moet ook het befaamde “spookstadje” Doel zich intussen 56 jaar content doen met enige onduidelijkheid over de invulling van haar gronden. Wat is nu het doel van Doel? Momenteel lijkt Doel tussen twee stoelen te vallen: Het gebied wordt niet gebruikt voor een uitbreiding van de haven, zoals in 1963 voor het eerst werd aangekondigd. En woongelegenheid is er ook niet meer. Een wandeling doorheen de straten geeft je al snel de indruk dat het dorp zich al jaren in deze situatie bevindt.

Het dorp is verlaten, op een handjevol inwoners na. Wij zagen er eentje. Alle ramen en deuren zijn dichtgemaakt met dezelfde ijzeren panelen. Gevels worden bedekt door grafiti-spektakels en allerlei groen. De enkele huizen zonder beide overheersers worden nog bewoond door mensen. In de overige huizen zwerven katten rond.

VZW Heartbeat en wellicht nog andere dierenliefhebbers zetten zich in voor de zwerfkatten van Doel. Hun kattenhuisjes kom je overal tegen. Een kunstenaar die we tegenkwamen op een plein bevestigt hun betrokkenheid: Ik zie ze regelmatig, die mensen die naar Doel komen om de katten te helpen.

De Nederlandse kunstenaar, wiens naam ik intussen vergeten ben, brengt veel van zijn dagen door in Doel. Het is een droom voor elke kunstenaar, vertelt hij. De gevels rondom dit plein zijn allemaal door mij versierd. Overal waar je kijkt zie je mijn werk. Het blauwe huis aan je linkerkant voor je doel binnenrijdt is ook van hem.

Hij is trots op de huidige toestand van Doel maar maakt zich zorgen over de toekomst. Het is een dorp dat niet door de reguliere mens gevormd en gecontroleerd wordt. Het groen neemt het over, de kunstenaars nemen het over. Het is een laisser-faire van allerlei, en dat maakt het net zo mooi. De kunstenaar vertelt: “Laat mensen hier komen wonen die niet in de strenge maatschappij passen, die niet binnen de lijntjes kunnen kleuren en zich niet bekommeren om de normen en waarden die, hoe absurd ze soms ook zijn, door iedereen klakkeloos gevolgd en gekopieerd worden. Laar hen hier leven en zelf bepalen.” Hij hoopt dat de studies door universiteiten over de toekomstige invulling van Doel die kant op zullen gaan, al vreest hij daar voor.

We hadden een leuke tijd in Doel. De molen, waar je een hapje kan eten, is een van de oudste stenen molens van Vlaanderen. Hij dateert van het midden van de 17de eeuw. De straten van het dorpje Doel vormen het patroon van een dambord met om elke hoek een verrassing. We bleven leuke gevels ontdekken. Waar mogelijk gingen we ook even achterom. We slopen, toch wel een beetje op onze hoede, rond in veel mooie verwilderde tuinen met schuurtjes die stilaan door het groen opgegeten worden.

Laat Doel een doel op zich zijn. Dan komen we misschien nog een keertje terug.

Urbex @ spinnenweverij

Ons eerste urbex-avontuurtje. Mijn zusje en ik. Tijd voor q-time. Tijd voor een avontuur. We zijn nieuw, dus razend moeilijk om aan een locatie te komen. Een collega hielp ons uit de nood met een locatie in de buurt. Dank je wel.

Van buitenaf is er weinig bewonderenswaardig te benoemen. Het is geen schoonheid, het gebouw. Dus laten we het maar snel over de binnenkant hebben. Er bleek een gemakkelijkere ingang te zijn. Onwetend gebruikten we het open raam aan de voorkant om onze weg naar binnen te banen. Zo kwamen we uit langs de hoofdingang, de grote inkomhal en balie van het pand. De eerste klossen gesponnen wol wachtten ons op in een hoekje. We waren nu al onder de indruk.

Het pand bestond uit meerdere (tel verloren) grote hallen, met hier en daar een paar kantoortjes. De kantoren waren bezaaid met papieren, met staaltjes, attributen maar voornamelijk papieren. Het bedrijf is niet failliet maar gewoonweg verhuisd. Verbazingwekkend dat ze zoveel achtergelaten hebben.

We dwaalden rond, van de ene hal naar de andere, totdat we tenslotte terug uitkwamen bij de grote inkomhal en we ons herinnerden dat er inderdaad nog een grote trap naar boven leidde. We namen een kijkje in de muffe met tapijt bekleedde kantoren en snoven een asbest en schimmelluchtje, namen enkele foto’s en zochten onze weg terug naar buiten (waar was dat openstaand raam nu weer?).

Stokken en stenen

Het thema van deze zomer was zonder twijfel stokken en stenen. En natuurlijk alles wat we daarmee kunnen maken, voornamelijk wapens. Heerlijk hoe Lukas op elke locatie op zoek gaat naar handige stokken en stenen, en dan aan Geert vraagt om hem te helpen fabriceren wat hij in gedachte heeft.

Het begon allemaal met een leuke tak waar hij een katapult mee kon maken. Daarna tijdens vakantie in Frankrijk in de bergen vond hij allerlei stenen en stokken waarmee hij speren heeft gemaakt. In de bergen werd hij het meest getriggerd en was hij hele dagen op zoek naar of op pad met zijn stokken.

Op een avond kwam de vraag: Geert, kan je met deze stok een fakkel maken? Een stok, natuurlijk touw er rond en dan even soppen in het kaarsenvet van een brandende kaars. Lukas heeft er een kwartier plezier aan gehad.

De pijl en boog volgde al snel, gemaakt in Beez. En later met bompa maakte hij een “pikkel’ (lees: pikhouweel) en een vislijn (mama, je hoeft nooit meer naar de winkel, vanaf nu zorg ik voor vis).

Het is leuk om Lukas te zien ravotten in de natuur en om hem tot ontdekkingen en ideeën te zien komen. De stokken en stenen inspireren hem. Hij speelt steeds minder, hij wordt zo groot. Maar bij stokken en stenen komt het kind in hem weer helemaal naar boven. En ik hoop dat hij op deze manier, door met de natuur bezig te zijn, er ook respect voor ontwikkelt. Dat hoop je als ouder dan weer. Fingers crossed.

Hebben jullie nog leuke stokken-en-stenen-knutsel-ideetjes?

Playing @ Zeeland

Een, en misschien wel de meest voorkomende, valkuil bij het opvoeden van kinderen is dat je dromen hebt voor hen die je wil doen uitkomen, dat je verwachtingen hebt over hun levensloop die je wil vervullen. Je hebt hun leven helemaal uitgestippeld. Je neemt hen mee op je pad, JOUW pad.

Ik val zelf ook regelmatig in die kuil hoor. Maar afgelopen dagen niet. Integendeel. Ik volgde Lukas zijn pad. Niet klimmen, niet de bossen in, niet kamperen. Lukas houdt van de zee. Dus gingen we naar zee. En we nemen mee…zijn nichtje Hanne. Dubbele fun.

Ik reserveerde via Air Bnb een huisje in Schoondijke in Zeeland, dicht bij Cadzand.

We kwamen aan en zochten diezelfde namiddag de zee op. We reden naar de verdronken zwarte polder, een klein natuurgebiedje, wondermooi, aan het strand. We gingen even naar de zee en doken vervolgens de polder in. Toch weer mijn pad volgen? Ja, eventjes, het is ook mijn verlof.

De volgende dag reden we naar het strand van Cadzand. het was er rustig. De scholen zijn hier al begonnen en het was niet al te warm. Koud eigenlijk. Twee uren zat ik helemaal ingepakt op het strand, te bibberen van de kou. mijn rechterduim trok wit weg, begon te tintelen, zo koud…Terwijl de kinderen in de zee speelden.

Niet getreurd. Je krijgt wat je verdient. En dat geldt ook voor mij. Na de zure voormiddag brak de tweede helft van de dag de zon door. Heerlijk om die warmte te voelen. Het ging langzaam, kledingstuk per kledingstuk, maar zeker wel…plots lag ik in bikini op het strand. Haleluja, zomerweer!

De volgende dag reden we weer huiswaarts. Maar we brachten nog even een bezoekje aan Brugge. We parkeerden in Assebroek, aan het appartement waar mijn grootouders vroeger woonden en we wandelen, zoals we vroeger vaker deden, via de draaibrug aan de Katelijnepoort, de stad in, regelrecht naar de vismarkt. Nostalgie. Voor een halve seconde rook de vismarkt heerlijk herkenbaar. Daarna trok ik mijn neus op, net als vroeger: “moeten we nog lang wachten voor we aan de beurt zijn want het stinkt hier zo erg?

Ik was vergeten hoe mooi deze stad was. Het werd een vluggertje. We reden vroege namiddag al naar huis, maar ik beloof mezelf dat ik binnen het jaar terugkom en de stad een uitgebreider bezoekje breng.

Fun @ Berdorf

Weekendje klimmen in Berdorf. Dat was het plan. Maar er viel water uit de lucht. “WA’S DAT?” Dan maar wandelen en lachen en genieten van het gezelschap. Ook plezant.

We verbleven op camping Belle Vue 2000: Een mooie grote camping met goed sanitair. Op wandelafstand van het übermooie (understatement) Berdorfse bos.

Het laatste partje van ons gezelschap arriveerde zaterdagochtend gelijktijdig met dag en dauw. En dat deed hij in stijl: met regen en met ontbijt (en met vierpotige Yuba).

We gaven de dag een kans. We maakten een kleine ochtendwandeling en gingen richting klimgebied. We klommen elk ongeveer twee routes. De “beginnelingen” onder ons begaven zich naar secteur 10 (minimpops) en 11 (tempte). We klommen er “Coin” en “Fissure Oblique”. Twee viertjes. Hele mooie viertjes, zeker die laatste, ondanks de nattigheid. Maar hé, wat is er niet mooi in Berdorf? In diezelfde secteurs deed ik eerder al eens “Paul Bessière” (5a) en “Minimops” (6a toprope) en deze routes wisten me stiekem uit mijn comfortzone te duwen terwijl ik nietsvermoedend genoot van de zandsteen onder mijn vingertoppen en de beuken in mijn ooghoeken.

Het begon opnieuw te kletteren. De klimmers met 25 jaar meer klimervaring klommen op secteur 13: Nikita. Door de overhang bleven ze deels gespaard van de nattigheid. Beroerd keken we nog even naar hun prestatie maar hielden het met zijn allen al snel voor bekeken. Tijd voor een Leffe en om kleine lama, die Pomme op de parking vond, officieel in te wijden als tweede klimmascotte (we vonden eerder een konijntje in een handgreep in de rots in Slovenië, die sindsdien vertoeft in onze klimtas). Lama, de anti-regenmascotte, met echte maïs in zijn zakjes.

Barbecuetijd! We wagen het er niet meer op. We pakken onze spullen, zoeken op wandelafstand van de camping een grotje dat kan dienen als shelter en beginnen aan onze gezellige avond. Langs de grot ligt trouwens een mooi amfitheater genaamd “Breechkaul”.

Op de terugweg in het donker konden we enkele leuke diertjes groeten die je overdag niet snel spot: supergrote slakken, gewone en gekke kikkers, en jawel hoor… Ik hoorde eerder al over hem maar kon hem nu twee keer in levende lijve ontmoeten: de vuursalamander.

Sala voelde de connectie: “Sala-mander” terwijl Geert vertelde hoe giftig de afscheiding van deze vuursalamander is. Blijkbaar vermoedt men zelfs dat het gif alleen maar heftiger en “smeriger” wordt naarmate het dier ouder wordt.

Die nacht zette de trend van het weer tot nog toe zich voort. Regen, regen en nog eens regen. De volgende ochtend besloten we om via het bos naar Echtnernach te wandelen, een ijsje te eten, en terug te wandelen. En dat vonden we een mooie afsluiter van ons “klimweekend”. Dat klimmen halen we wel in. Berdorf loopt niet weg. Met minstens evenveel fun en even goed gezelschap.

Running @ Bergerven (Dilsen-Stokkem)

Run baby, run! Ren het weekend in. Ren het bos in. Ren je benen uit je lijf. Of niet, ren rustig en geniet. Ren om even te ontsnappen. Ren om je conditie op peil te houden. Ren om frisse lucht op te snuiven en die kantoorlucht uit je longen te krijgen. Elk excuus is goed om even te gaan rennen. Geen excuus is goed genoeg om het niet te doen.

Ik ren. Al drie jaar nu. Soms elke week. Soms twee keer per week. Soms elk maand. Het maakt niet uit. Na die tijd heb ik conditie gekregen waardoor ik kan gaan rennen wanneer ik wil en niet hoef te gaan wanneer ik niet wil of kan.

Ik ren. Nu eens 10 km. Dan eens 5km. Soms 7km. Met Lukas er bij 3km. Het maakt niet uit. Ik ren hoe ver of niet ver als ik zelf wil. In onze erg prestatiegerichte maatschappij gaat het er vaak om om steeds meer, beter en sneller te lopen of te presteren. 5km is niet genoeg, het moeten er 10 worden. En dan 15… En dan vinden ze het gek als ze het niet volhouden en na enkele maanden voor de zoveelste keer weer stoppen met lopen.

Het allerbelangrijkste voor mij is dat ik plezier heb. Als het een opgave is of een ander doel dan plezier hebben heeft (vb afslanken) zou ik het ook niet lang kunnen volhouden. Zelf ervaar ik het meeste plezier aan lopen in het bos. Ik houd van de natuur, de stilte (ik loop niet met muziek), de vogels en andere dieren die ik spot tijdens een run. Het liefst loop ik wanneer het net geregend heeft. Heerlijk, die zuurstof in de lucht, natte ondergrond en frisse bries.

Lopen is ook fijn te combineren met klimmen. Klimmen vraagt meer absolute kracht op het moment van de pas zetten. Het vraagt ook conditie en uithouding van bepaalde spieren. Maar lopen is meer gericht op algemene uithouding en conditie. Ik vind het een leuke combi.

Een minder evidente combinatie was het opbouwen van conditie en alleenstaande mama zijn. Want dat was ik toen ik starte met lopen. Maar geen excuus is niet goed genoeg om niet te gaan. Van kleins af aan ging Lukas al mee op zijn fietsje lopen met mama. Tot vorige week! Vorige week is hij voor de eerste keer mee gaan lopen. Goed gedaan Lukas. High five!

Climbing @ Beez

Laatste dagje onze kids in huis voor ze twee weken naar hun andere ouder gaan. Wat gaan we doen? Naar buiten! Klimmen en spelen!

We vertrokken in de voormiddag richting Beez, want daar kunnen de kinderen fijn spelen. Het is niet onze eerste keer Beez, en ook niet de eerste keer met de kinderen. Ze kunnen zich er heerlijk vuil maken in de struiken, in de kleine grotjes, met de restjes houtskool of verbrandde takken van kampvuren,…

Veel klimmers gaan graag naar Beez. Wij ook. Er is voor ieders wat wils (behalve als je houdt van plaatklimmen): verschillende niveaus, verschillende massieven, korte en lange routes,… Ennn… het krioelt er van de hagedisjes: gezelschap op je weg naar boven.

Zelf vind ik de niveaus wel moeilijk in te schatten in Beez. Het ene vijfje is het andere niet. De ene vijfdegraads route kan ik vlot voorklimmen, de andere is afgeklommen en/of pittig (zoals de vijfjes van massief Ecrin).

Ik warmde vandaag op op secteur Liedekerke. Helemaal rechts zijn een paar mooie lange viertjes. De routes zijn mooi, gemakkelijk (bakken voor je handen) en het uitzicht boven is adembenemend. Hier kan ik van genieten.

Later verplaatsten we naar secteur Centenaire. Hier zijn intussen meer routes te vinden dan er in de topo staan. Hoe oud is deze topo eigenlijk en wanneer komt er een nieuwe? We maakten kennis met twee andere klimmers die de routes uitgetekend en gegradeerd hadden (zie foto). Ze klommen route 10 maar kwamen op hun weg naar boven een nest hommels tegen die zeer geïrriteerd waren door de aanwezigheid van hun hand vlak langs hun nest. Let dus op als je deze periode deze route zou willen klimmen.

Wij klommen route 14 (6a+ overhangend, lichtgroene touw bovenstaande foto) en 11 (5a). In het algemeen leken deze gradatie te kloppen behalve bij de 5a was de afstand tussen de twee laatste haken groot. Bovendien was de pas vlak voor de laatste haak een tricky pasje. Het is geen leuke lichaamshouding om een setje in te hangen. Verstand op nul en snel wezen is de boodschap.

We lieten Lukas en Linn ook nog even klimmen. Leuk is dat, als ze ook willen klimmen. Ze hadden beide erg moeite met naar beneden komen. Dat gebeurt wel eens als ze niet veel klimmen. Dus we speelden even slingeraapje laag tegen de grond waarbij ze zich zo hard mogelijk tegen de rots mochten afduwen. Het moet ook leuk blijven. En dat was deze dag zeker!

Camping @ Croque Loisirs (Hautes-Alpes)

Voor onze jaarlijkse vakantie met kids kozen we voor de Hautes-Alpes in Zuid-Frankrijk. We reserveerden een plekje op camping Croque Loisirs in Vallouise. Een klein groen plekje, omringd door wilde bloemen. Het hoogseizoen moest nog beginnen (na 14 juli) dus het was lekker rustig op de camping. Heerlijk!

De camping wordt beheerd door een vriendelijk Nederlands stel en is vrij basic: Leuke plekken, groene omgeving, net sanitair, vers brood elke ochtend en voor de rest niet te veel luxe en poespas. Helemaal ons ding! Rustige maar vriendelijke medegasten maakten het plaatje compleet. stel je voor: 7 nachten zonder geluidsoverlast. Check √

Ik hoef je niet te vertellen dat op een hoogte van 1450 meter de omgeving extreem mooi is en de keuze aan outdoor-activiteiten groot is. Wandelen, fietsen, klimmen, via ferrata’s doen, zwemmen, paragliden, trailrunning, kajakken,… Een weekje kamperen leek plots geen goed idee meer. De vele ‘à vendre’ bordjes op de gevels in de buurt wakkerden onze dromen aan. Dromen mag… Ik deel alvast onze ervaringen en hoop het lijstje ooit te kunnen aanvullen.

Allereerst kan je vanuit de camping de mooiste wandelingen maken. Zorg voor een volle batterij op je gsm, open je geocache-app en start de zoektocht. Neem onderweg een kijkje in het honinghuis, vind je eerste cache langs de weg, zet je zoektocht voort richting kapel en volg de caches verder naar boven. Via smalle boswegjes kom je uit bij een mooie waterval. Hier kan je trouwens ook een “via ferrata” doen (zelf niet gedaan).

Er zijn oneindig veel klimmassieven in de buurt. De topo ‘Briancon-climbs’ telt maar liefst 350 pagina’s. Later meer over onze klimavonturen in deze buurt.

Mooie meertjes in de buurt maken de behoefte aan een zwembad (houd ik sowieso niet van) op de camping overbodig. We zochten verkoeling in een meertje in La Roche-de-Rame. We kozen niet voor het meertje rechts van de Durance, bij Camping du Lac, maar ploften neer op een zanderig grasplekje aan het rustige meertje links van de Durance (44°44’17.5″N 6°34’44.2″E).

Uiteraard zochten we tenslotte ook een dag de gezelligheid van een stadje op. Alle eer kwam toe aan Briancon. De kinderen zullen het herinneren als het stadje waar ze hun eerste zakmes kregen. We beklommen de stadsmuur en bezochten het fort aan de rand van de stad, waarna we de hoofdstraat van de gezellige binnenstad afliepen.

Climbing @ Pont-à-Lesse

De avond vooraf: 

– Fijn, morgen een dagje met zijn tweeën klimmen. Waar zullen we heengaan? 
– Ik weet het niet, het maakt me niet zoveel uit.
– Mij ook niet, maar ik wil wel iets gekozen hebben tegen morgenvroeg.
– Ja, natuurlijk, lijkt me logisch.

Die ochtend in de auto: 

– Waar gaan we klimmen?
– …

Het duurde een eeuwigheid vooraleer de kogel door de kerk was, maar plots was hij er: Pont-a-Lesse. Uitdagende routes voor hem, gemakkelijke routes voor haar.

Laten we pont-a-Lesse niet te letterlijk vertalen naar een brugje over de Lesse. Lees het eerder als “de achtertuin van het hotel bij de Lesse”. Want daar gaat deze post over: Het wonderbaarlijke bos in de achtertuin van hotel Castel du pont-a-Lesse. En de vijf massieven die verscholen liggen tussen de bomen.

Als klimmer ben je welkom op dit privaat domein van het hotel. De hoteleigenaar vraagt wel om het wandelpad achter het hotel te nemen zodat je de rust van de hotelgasten niet verstoort. Lijkt me geen probleem. Je mag zelfs gebruik maken van het toilet (spinnenalarm) achter het houten bijgebouwtje.

Het duurde gelukkig geen eeuwigheid om een massief uit te kiezen: we namen het wandelpad omhoog richting massief 4. Eerst 4.2 en 4.3, nadien gevlucht voor de zon naar 4.9 en als afsluiter 4.7 (in het grotje). 

Het ging me niet goed af vandaag. Na een weekje klimmen in Zuid-Frankrijk moest ik wennen aan de Belgische rots en afstand tussen de haken. En dat wennen verliep moeizaam. Voeten hoog, gaan staan en er is altijd wel iets voor je handen. Een waarheid in Frankrijk, een zeldzaamheid vandaag. Als een vis op het droge snakte ik wanhopig naar een houvast voor mijn handen, maar kon het te vaak niet vinden. En om in de vissenwereld te blijven kan ik zeggen dat het voelde alsof ik met mijn voeten grip moest zien te krijgen op een gladde paling. Dit was mijn beleving, die dag. Het is een prachtig gebied, met mooie routes en eindeloze uitzichten. Je waant je in het buitenland.

hagedis

Tips:

Doe goede wandelschoenen aan. Het is soms steil wandelen en klauteren naar de verschillende massieven.

Reik een hele dag uit voor dit klimgebied. Er valt zoveel te beleven. Of als het even kan: ga een weekend. Je kan fijn basic overnachten op de bivakweide van Freyr of voor meerdere nachten je tentje opslaan op camping Villatoile. De camping is niet leuk maar er is geen andere camping in de buurt. Negeer de honderd-en-een verbodsborden met acties die je niet mag uitvoeren en doe gewoon je ding. Moet je 150 euro borg betalen omdat je als groep komt kamperen? Borg die ze zouden inhouden als je zorgt voor geluidsoverlast? Onze ervaring: ga de discussie aan en schrijf je allemaal apart in als individu of koppel.

Het is geen ideaal klimgebied om kleine kinderen mee naartoe te nemen. Maar alles kan. Een tip van een blogster zou ons ook niet tegenhouden om ze mee te nemen. Als je toch kinderen meeneemt zou ik zorgen dat er steeds iemand is die niet klimt of zekert om een oogje in het zeil te houden. 

Ga zeker even langs het uitzichtpunt bij massief 4.2 (route 17,18 en 19), te bereiken via het grotje (4.7). Neem de twee treden naar het plateau en geniet van het uitzicht.

uitzichtpunt

Tip gevraagd:

Helemaal rechts van de massieven die in de topo zijn opgenomen ontdekten we laatst nog een rotsje met een ferme overhang. De haken en veel pofplekken wekken de indruk dat er veel geklommen wordt. Iemand meer info hierover?

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag